TOEMAARDICHTMAAR
- 16 microfictieverhalen
- De Cilinder
- Enkele aanzetten tot communicatie
- De glitterplaneet
- Revolte
- Cirkeldier Daniël
- Hoe ik vanmiddag mijn tong verbrandde
- Herkenningspunt
- De pieptest
- De cirkelzaag
- Gesticht
- Etiquette van de waanzin
- Zeepsop
- Het eb en blues van de vloed
- De bevolking van het Noorden
- Het gevoel van iets te zijn vergeten
- Kipnugget
- Het observatiecentrum
- Puppy
- De eenpersoonsbar
- Het binnenste
Cirkeldier Daniël
‘Zij dacht hij is verlost
Maar dat viel nogal tegen
Wat ik zocht ben ik vergeten’
– Cirkeldier Daniël (Teletext & Fulco)
Daniël wil de raamkozijnen afplakken met tape om de muren te schilderen. Hij draait het rolletje tussen zijn vingers, maar kan het begin niet vinden. Hij gebruikt zijn nagel, waarmee hij eerst in de ene richting over het plastic schraapt, dan in de andere richting, tevergeefs. Met een mes kerft hij er een snee in. Zo lukt het wel. Als de kozijnen zijn afgeplakt, wrikt hij de verfpot open met een beitel. De verflucht stijgt meteen in zijn neus. Het is een beige tint, de kleur van eierschalen. Als de helft van de eerste muur is geverfd, zet hij enkele stappen naar achteren. Hij is blij, want hij ziet dat het retropatroon van het behang al na één laag verdwijnt.
Een paar dagen geleden is Herlinde haar spullen komen ophalen. Hij had alles al in de logeerkamer gezet, zodat ze niet hoefde te zoeken tussen zijn spullen. In zijn vorige relatie was dat een bron van frustratie. Toen hij beneden naar tv zat te kijken, hoorde hij haar met zware dozen over de vloer schuiven. Af en toe vloekte ze. Er stond een satirische talkshow op, een herhaling van een oude aflevering. Een presentator sprak met een scherpe stem van punchline naar punchline. Daniël nam een slok van zijn pint. Hij was opnieuw de sterke persoon geweest in een relatie, degene die er een punt achter zette.
Hij zapte naar een andere zender. Een natuurdocumentaire. Een gele eend dobberde op het water. Hij was geboeid door het dier, omdat het leek op een badeend. Het stak zijn kop onder water, verdween dan helemaal onder het oppervlak, maakte een koprol, en kwam weer boven. Er gebeurde een tijdlang niets. Het was een brede, vredige rivier, met aan weerszijden beboste gebieden. Dan verscheen er een krokodil boven water. Hij schrok. Het beest zwom langzaam dichterbij. Toen het zijn reptielenbek opende, besefte het eendje dat er iets aan de hand was. Het draaide zich om, maar toen was het al te laat. Met een klap sloot het beest zijn bek, met het eendje erin. Daniël huilde, terwijl Herlinde langs hem liep met de laatste dozen in haar arm. ‘Dag’, zei ze, en klapte de deur achter zich dicht.
Hij had haar gisteren best kunnen helpen met de verhuis- ‘Kwak!’
Hij spreekt het woord luidop uit. Wanneer een ongewilde gedachte zich aan hem opdringt, breekt hij die af door die te bezweren met een woord dat in hem opkomt, zodat hij zich er niet aan hoeft te onderwerpen. Meestal gebeurt het als hij alleen is. Daniël rolt zijn verf af in de bak. Hij ziet opnieuw voor zich hoe het reptiel zijn bek opende, en duwt de roller hard tegen de muur, diep in de bek van het beest. Ruw rolt hij de verf over het behang.
Voorlopig heeft hij het gehad met vrouwen. Zijn relaties verlopen altijd volgens hetzelfde stramien: ze daten, hij wordt verliefd en ze beginnen een relatie. Dan trekt de sleur erin. Hij wordt stiller, zwijgzaam, niet omdat hij boos of verdrietig is, maar omdat hij zo de sleur probeert te doorbreken. Door te zwijgen hoopt hij verrast te worden, dat er iets anders gebeurt. Dan wordt hij aangetrokken door een andere vrouw, en kan hij zich niet bedwingen. Hij vertelt wat er is gebeurd, waarop ze samen besluiten om opnieuw te beginnen. Uiteindelijk ontdekt hij dat dat niet gaat, omdat er nu eenmaal een verhaal is dat ze delen, en dan zet hij er een punt achter. Het is tijd voor iets nieuws. Hij wil een tijdje alleen zijn, op avontuur gaan.
Een ander leven begint met een ander huis, maar ook daar wil hij een avontuur van maken. Nadat hij de muren heeft geschilderd, breekt hij het hele interieur met alle meubels en kasten uit. Het keukengerei hoeft niet in de keuken te staan, maar verspreidt hij over verschillende manden, kasten en rekken door het huis. Terwijl hij de dvd’s uit zijn dvd-kast haalt, valt zijn oog op de hoes van een film die hij met Herlinde keek, vlak voordat ze officieel samen waren. Eigenlijk keek hij niet echt. Hij voelde zich toen vooral aangetrokken door haar lichaam. ‘Kijk je wel’, vroeg ze hem toen, en hij antwoordde ‘nee’, en kuste haar voor het eerst. Gisteren vroeg ze hem niets. Hij schudt zijn hoofd. ‘Kwak’, zegt hij. Hij is teleurgesteld in het, achteraf gezien, voorspelbare einde.
Zijn verbouwing duurt langer dan hij had verwacht. Als hij de laminaatvloer wil vervangen door zand, bedenkt hij zich dat hij dan best ook ineens de leidingen vervangt, en zo blijft hij bezig. Na enkele maanden is de benedenverdieping klaar. Van Herlinde heeft hij niets meer gehoord sinds ze is weggegaan. Zijn opdringerige gedachten bleven weg. Het gaat beter, denkt hij. Tijd om de trap onder handen te nemen. Hij vervangt de oude trap met een tijdelijke ladder, en bouwt in zijn tuin een opstelling om een nieuwe te maken. Hij timmert er één met ongelijke treden van verschillende breedtes, dieptes en hoogtes, en een scheve leuning. Wekenlang schuurt en zaagt Daniël stukken hout. Vers houtmeel valt op zijn handen. Het stof voelt warm van de wrijving, hongerig naar het haardvuur dat er nooit zal komen.
Als hij de nieuwe trap heeft geïnstalleerd, kijkt hij naar zijn creatie. Het object houdt het midden tussen een klimmuur en een abstract kunstwerk. Hij klautert naar boven. Elke stap vereist zijn aandacht, want elke trede vraagt om een andere beweging. Pas halverwege neemt hij de leuning vast, omdat die onderaan de trap te laag hangt. Dat is belangrijk bij het naar beneden lopen, denkt hij. Als hij boven staat, kijkt hij uit over zijn nieuwe biotoop. Ondanks de rommel lijkt het leeg. De zandvloer en de beige muren hebben nu dezelfde tint, waardoor het onduidelijk is waar het één overgaat in het ander. Hij denkt weer aan de gele eend. Het is een gedachte die zich aan hem opdringt, maar hij breekt hem niet af. Het eendje dobbert op het water, en er verschijnt geen monster. Hij steekt zijn kop onder. Met een kort plopgeluid verdwijnt hij helemaal onder de waterspiegel. Vrede, rust.
Dan krijgt Daniël een ingeving. Hij hoeft de trap niet helemaal af te lopen. Waar de leuning te laag is, kan hij zich ook laten vallen. Zo ver van de grond is het daar immers niet, en hij kan veilig neerkomen door zijn knieën en ellebogen te buigen. Hij neemt de proef op de som. Eerst oefent hij met de eerste trede. Zonder moeite laat hij zich vallen op het zachte zand. Dan gaat hij een trede hoger staan, en zo verder. Vanaf de vijfde trede moet hij experimenteren met een nieuwe valtechniek om zich niet te bezeren. Elke trede is een level in een spel. Telkens wanneer hij er één onder de knie heeft, gaat hij hoger staan, tot halverwege de trap, waar de leuning hoog genoeg is.
Enkele dagen gaan voorbij. De verbouwing ligt stil, want Daniël is te druk bezig met het zoeken naar de spullen die hij bewust geen vaste plaats heeft gegeven, zoals de plantengieter, de vuilniszakken, de koffielepels of de huissloffen met zijn initialen die hij van Herlinde heeft gekregen. Hij is in elk geval geen slachtoffer van de dagelijkse sleur, denkt hij, terwijl hij zijn sloffen aantrekt. Hij heeft zich het huishouden mooi meester gemaakt. Hij ploft neer in de zetel, maar vindt geen rust. Eenzaamheid is een gevoel dat je benadert als een roofdier.
Hij denkt aan het moment tijdens de film toen Herlinde haar shirt uittrok, het zachte geritsel van stof dat langs haar huid gleed, de manier waarop haar haar over haar schouders viel. Hij herinnert zich de warmte van haar huid, de contouren van haar lichaam die zich langzaam onthulden. Dan denkt hij aan het moment dat ze de deur uitliep- ‘Kwak!’ roept hij in een poging om de gedachte weg te jagen. Maar die avond gaat de gedachte niet weg.
De volgende ochtend wordt hij hongerig wakker. Halverwege de trap laat hij zich vallen. Met de kin in de kas en benen en armen gebogen landt hij op zijn bovenarm en rolt dan een klein stukje door. Hij schudt het zand uit zijn haar en pyjama. Koffie heeft hij nooit nodig. Hij kijkt om zich heen en probeert zich te herinneren waar hij gisteren het brood heeft gelegd. Hij kijkt in de wastafel, de ladekast, op de wandplanken, in de oven, de keukenkasten, niets, loopt naar de woonkamer, kijkt in de boekenrekken, in de bewaarmanden bij de schouw, niets. Dan loopt hij terug naar de keuken en zoekt opnieuw op dezelfde plekken. Misschien heeft hij niet goed genoeg gekeken. Nadat hij een tweede keer overal is geweest, begint hij opnieuw.
De honger maakt zijn spieren warm. Hij moet blijven zoeken, blijven bewegen. Juist als hij zich omdraait om van de woonkamer weer naar de keuken te gaan, loopt Herlinde hem voorbij met een roggebrood in haar hand. ‘Dag’, zegt ze, en loopt verrassend behendig de trap op. Daniël klautert achter haar aan, maar is langzamer dan zij. Eenmaal boven kan hij haar nergens vinden. Hij is bovendien vergeten waar hij in de eerste plaats naar zocht. Waarom ging hij naar boven? Zijn hoofd tolt. Hij wil op de sofa gaan liggen, tast naar de leuning, maar vindt die niet.